Ambassade
 Bijbelse basis
 Hulpverlening
 Voorlichting
 Loofhuttenfeest
 Service

Zijn de Israelische nederzettingen legaal?

Israelische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn zowel voor internationaal recht als voor de afspraken tussen Israel en de Palestijnen legaal. Beweringen die het tegendeel zeggen zijn slechts pogingen om het recht te misbruiken voor politieke doeleinden. Maar wat ook de status van de nederzettingen mag zijn, hun bestaan mag nimmer gebruikt worden om terrorisme te rechtvaardigen.

Palestijnen beweren vaak dat het bouwen van nederzettingen illegaal is en zij roepen op om alle nederzettingen te ontmantelen. Feitelijk eisen zij dat iedere Jood de Westelijke Jordaanoever verlaat; een vorm van etnische zuivering. Daar tegenover staat dat in Israel Arabieren en Joden naast elkaar leven. Israelische Arabieren, die 20% van de bevolking van Israel uitmaken, zijn burgers van Israel met gelijke rechten. De Palestijnse oproep om iedere Joodse aanwezigheid in de betwiste gebieden te verwijderen is niet alleen discriminerend en moreel verwerpelijk, het heeft ook geen basis in zowel het recht als de overeenkomsten tussen Israel en de Palestijnen.

De verschillende overeenkomsten die tussen Israel en de Palestijnen sinds 1993 zijn gemaakt bevatten geen verbod op het bouwen en uitbreiden van nederzettingen. Integendeel, zij benadrukken dat de kwestie van de nederzettingen bewaard moet worden voor defintieve onderhandelingen over de status, die zullen plaatsvinden in de afsluitende vredesonderhandelingen. De partijen kwamen specifiek overeen dat de Palestijnse Autoriteit geen jurisdictie en zeggenschap heeft over Israel's nederzettingen, wachtend op een definitieve overeenkomst over de status.

Er is de aanklacht dat de bepaling over eenzijdige stappen die de status wijzigen, een bepaling die staat in het Israelisch-Palestijnse Interim Akkoord, een stop op activiteiten rondom nederzettingen betekent. Dit uitgangspunt is oneerlijk. Het verbod op eenzijdige maatregelen was ontworpen om te garanderen dat geen van beide partijen stappen zou ondernemen die de legale status van het gebied zouden veranderen (zoals annexatie of het eenzijdig uitroepen van een staat); in afwachting van de uitkomst van besprekingen over de status. Het bouwen van huizen heeft geen effect op de uiteindelijke permanente status van het gehele gebied. Als dit verbod zou gelden voor het bouwen van huizen, zou het voor geen van beide partijen toegestaan zijn om huizen te bouwen om tegemoed te komen aan de vraag in beider gemeenschappen.

Zoals de aanspraken van Israel op het gebied rechtsgeldig is, zo is het ook voor Israel legitiem om haar gemeenschappen te bouwen; net zoals ook de Palestijnen de hunne mogen bouwen. Vanuit de geest van compromis echter, hebben opeenvolgende Israelische regeringen zich bereid verklaard te willen onderhandelen over de kwestie. En zij hebben een stop afgekondigd op het bouwen van nieuwe nederzettingen als een gebaar van vertrouwen.

Bovendien heeft Israel haar nederzettingen gebouwd in overeenstemming met het internationaal recht. Er zijn pogingen geweest die wilden bewijzen dat de nederzettingen een schending zijn van Artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie van 1949, die het een staat verbiedt om “delen van haar eigen bevolking” te deporteren of te verplaatsen “naar gebieden die het bezet houdt”. Deze beschuldiging heeft echter geen enkele grond, aangezien er geen Israelische burgers gedeporteerd of verplaatst zijn naar de gebieden.

Hoewel Israel uit eigen beweging zichzelf de plicht heeft opgelegd om de humanitaire bepaling uit de Vierde Geneefse Conventie te steunen, beweert Israel dat de Conventie (die gaat over bezette gebieden) niet van toepassing is op de betwiste gebieden. Omdat er geen internationaal erkend bestuur is geweest in zowel de Westelijke Jordaanoever als in Gaza voor de Zesdaagse Oorlog van 1967, kunnen de gebieden niet als “bezet gebied” beschouwd worden nadat Israel ze in handen kreeg.

Zelfs als de Vierde Geneefse Conventie voor de gebieden zo gelden, zou Artikel 49 niet relevant zijn voor de kwestie van de Joodse nederzettingen. De Conventie werd direct na de afloop van de Tweede Wereldoorlog opgesteld, toen massale gedwongen volksverhuizingen plaatsvonden. Zoals het gezaghebbende commentaar van het Internationale Rode Kruis op de Conventie bevestigt, is Artikel 49 (“Deportaties, Verplaatsing, Evacuatie”) bedoeld om de gedwongen verplaatsing van burgers te voorkomen. Daarmee werd de lokale bevolking beschermd tegen verplaatsing. Israel heeft niet haar bevolking met dwang verplaatst naar de gebieden en de Conventie verbied niet dat individuen vrijwillig hun woonplaats uitkiezen. Verder zijn de nederzettingen niet bedoeld om Arabische inwoners te verdrijven, zoals de praktijk laat zien. Volgens internationaal onderzoek maken de nederzettingen niet meer dan 3% uit van de totale oppervlakte van de Westelijke Jordaanoever.

Israel's gebruik van land voor nederzettingen voldoet aan alle regels en normen van het internationaal recht. Privégebied wordt niet gevorderd voor de bouw van nederzettingen. Alle activiteiten betreffende nederzettingen vallen onder de supervisie van het Hooggerechtshof van Israel en iedere gekwetste inwoner van de gebieden, waaronder Palestijnse bewoners, kunnen rechtstreeks een beroep doen op het Hof.

De Vierde Geneefse Conventie had zeker niet tot doel om te voorkomen dat individuen zouden leven op het land van hun voorouders of op bezit dat op illegale manier van hun was weggenomen. Veel hedendaagse Israelische nederzettingen zijn gevestigd op gebied waar in voorgaande generaties Joodse gemeenschappen in Judea en Samaria bestonden; een uiting van de diepe historische en religieuze band met het land. Veel van de oude en heilige Joodse plaatsen, waaronder de Grot van de Patriarchen (de begraafplaats van Abraham, Isaac en Jacob) en de Tombe van Rachel, liggen in deze gebieden. Joodse gemeenschappen, zoals die in Hebron (waar Joden leefden totdat zij in 1929 werden vermoord) hebben hier door de eeuwen heen bestaan. Andere gemeenschappen, zoals Gush Etzion in Judea, werden voor 1948 opgericht, onder het internationaal goedgekeurde Britse Mandaat.

Het recht van Joden om zich in alle delen van het land Israel te vestigen werd voor het eerst in 1922 door de internationale gemeenschap erkend, in het Mandaat voor Palestina van de Volkenbond. Het doel van het Mandaat was om de vestiging van een Joods nationaal tehuis mogelijk te maken op de plek van het oude Joodse thuisland. Artikel 6 van het Mandaat voorziet in de “vestiging van Joden in het land, inclusief land van de Staat niet bedoeld voor openbaar gebruik”.

De enige keer in duizend jaar dat Joodse nederzettigen op de Westelijke Jordaanoever verboden waren, was tijdens de bezetting door Jordanie (1948-1967). Tijdens deze periode van Jordaans bestuur, die niet internationaal was erkend, elimineerde Jordanie de Joodse aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever (zoals Egypte deed in Gaza). Jordanie kondigde af dat op de verkoop van land aan Joden de doodstraf stond. Het is onhoudbaar dat deze misdaad de rechten van Joden om huizen in deze gebieden te bouwen ongeldig kon maken; de legale rechten op het land die men al had verworven, zijn tot op vandaag rechtsgeldig.

Tot besluit kan men stellen dat de veel herhaalde bewering dat de Israelische nederzettingen illegaal zijn geen legale of feitelijke basis hebben, zowel voor internationaal recht als voor de overeenkomsten tussen Israel en de Palestijnen. Zulke beschuldigingen kunnen alleen gezien worden als politiek gemotiveerd. Nog belangrijker is, dat iedere politieke bewering – inclusief die betreffende nederzettingen – nooit gebruikt mag worden om terroristische aanvallen op onschuldige burgers te rechtvaardigen.

Geschreven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Israel en gepubliceerd op de website van www.jerusaleminsights.com

Meer artikelen over Israël en de Media

» Speciale sectie over de Palestijnse Media (overzicht)
» Zijn de Israelische nederzettingen legaal? (3 april 2008)
» Strategie Hizballah gebaseerd op oorlogsmisdaden (8 augustus 2006)
» "Vreselijk bloedbad" blijkt één dode (8 augustus 2006)
» Arabiseert de Visie? (31 januari 2006)
» Media zeer bevooroordeeld over Israël (17 november 2005)
» Media suggereren Israëls schuld dood Noran (4 februari 2005)
» Israëlische hulp slachtoffers tsunami doodgezwegen (3 januari 2005)
» ANP neemt klakkeloos Palestijnse desinformatie over (29 oktober 2004)
» Speciale Ramadan productie verheerlijkt Hamas 'bomingenieur’ (12 oktober 2004)
» Verzetsbeweging of terreurcommando? (15 juli 2004)
» Palestijnse strijders gebruiken VN ambulance als vluchtauto (10 juni 2004)
» Burgerslachtoffers als propagandamiddel (2 juni 2004)
» Een dubbele standaard voor Gaza (24 mei 2004)
» CBC suggereert rol Israël in Abu Ghraib schandaal (12 mei 2004)
» Daders meervoudige moord als slachtoffers gepresenteerd (3 mei 2004)
» Zweeds liefdadigheids geld in het geheim gebruikt voor PLO-propaganda (1 maart 2004)
» Een niet gebruikte foto (3 januari 2004)
» Hoe een foto, samen met verzwegen informatie, kan bedriegen (3 november 2003)
» IAF video weerlegt PA claim van vele burgerdoden doden (22 oktober 2003)
» Joodse student misbruikt in Palestijnse propaganda (12 december 2002)
» Statistiek weerlegt Palestijnse claims buitensporig geweld Israël (10 november 2002)
» De een z'n terrorist, de ander z'n vrijheidsstrijder? (15 oktober 2002)
» Palestijnen beperken persvrijheid om imago op te poetsen (6 september 2002)
» Schuldig, proces volgt nog' (25 juni 2002)
» Wie schoot Mohammed al-Dura dood? (3 maart 2002)

» Balangrijke mededeling (disclaimer)
» Overzicht nieuws en achtergrond artikelen

The Covenant op
The Covenant op Family 7!

Do. 13 Mei, 21:00 uur
Zo. 16 Mei, 14:30 uur
Vr. 21 Mei, 16:25 uur

Help de ICEJ helpen

Een schat aan Israël linken

ICEJ jongeren

ICEJ shop: CDs, Videos, Boeken, etc.

Blijf op de hoogte

Ambassade | Zionisme | Sociale Hulpverlening | Aliyah | Voorlichting | Nieuwsbrief
Loofhuttenfeest | Het Verbond | Jongeren | Zoeken | Linken | ANBI nr. 0067 65 117

© 1980-2009 Copyright ICEJ-NL, Postbus 40180, 8004 DD Zwolle