|
Het huis met zeven deurbellenSinds 1996 is het Thuiszorg programma een belangrijke bediening van de Internationale Christelijke Ambassade Jeruzalem (ICAJ). Ons team in Jeruzalem voorziet in elementaire verpleging en lichamelijke zorg voor oudere en gehandicapte Russisch Joodse immigranten, terwijl ook gelet wordt op hun sociaal, emotioneel en geestelijk welzijn. Met deze hulp zijn de ontwortelde Russische Joden, die chronisch medische problemen of handicaps hebben, in staat om thuis te blijven bij hun families, zonder dat zij moeten verhuizen naar een gevestigde voorziening.
Het Thuiszorg programma is een praktische manier om de opdracht ‘troost mijn volk’ uit te voeren. Een hoeksteen van deze bediening is het bemoedigen van deze mensen, die vaak alleen zijn, te midden van hun dagelijkse zorgen. Samen met het geven van verpleegkundige zorg die zij nodig hebben, delen de verpleegsters hun tijd en vriend-schap en laten hen weten hoe kostbaar zij zijn. Voor velen zijn deze bezoeken het hoogtepunt van de week. Het is geen gemakkelijke baan, maar het wordt gedaan met blijdschap. Wanneer de Heer de lamme en de blinde terugbrengt naar zijn land (Jeremia 31:8), dan zorgt Hij ook voor hen. De coördinator van het Thuiszorg programma is de nederlandse Corrie van Maanen. Zij was uitgenodigd door Howard Flowers, het hoofd van de Russische ICAJ Afdeling in St. Petersburg, om te komen kijken hoe zij daar onder de Russische Joden werken. Deze uitnodiging had tot gevolg dat Corrie naar St. Petersburg ging afgelopen zomer. Hieronder treft u haar verslag over deze reis. Lieve vrienden, Na jaren werken met de nieuwe Russische Joodse immigranten in Israël, keek ik ernaar uit om de andere kant van het aliyah proces te zien. Ik maakte de reis samen met een Finse verpleegster, Irmeli Kaukonen, met wie ik al vijf jaar had gewerkt in ons Thuiszorgprogramma in Jeruzalem. Het was midzomer toen Irmeli en ik detrein namen van Finland naar St. Petersburg. Vroeg in de morgen op een koele, sombere en regenachtige dag kwamen wij aan op het station van St. Petersburg. Het was moeilijk om greep te krijgen op de realiteit dat, na zoveel jaren van luisteren naar verhalen van nieuwe Russische immigranten over het land dat zij hadden verlaten, ik zowaar nu hier was om Joodse mensen te ontmoeten die nog in Rusland woonden. Op de eerste dag ontmoetten wij de directeur van het ‘Thuis Bezoek’ programma van het EVA, dat was opgericht in 1989. EVA is de oudste en één van de grootste Joodse liefdadigheidsinstellingen in St. Petersburg. Zij helpen armen, zieken, ouderen, behoeftigen en de sociaal zwakkeren onder de Joden van de stad door middel van een aantal diensten: huisbezoek, voedselhulp, ondersteuning met kleding, medische toerusting, verwarming tijdens de winter, en culturele en onderwijs programma‘s. Meer dan 800 oudere Joden in St. Petersburg zijn afhankelijk van deze EVA ondersteuningsprogramma‘ s en ontvangen regelmatig huisbezoek. Voor velen van hen, is het zo wie zo moeilijk om aan aliyah te denken, vanwege ziekte, armoede, het niet hebben van familie en vrienden om te helpen bij de procedure of een gebrek aan emotionele kracht voor zo’ n grote verandering.
Wij bezochten één van deze mensen, een vrouw van in de tachtig, die Anna heet. Zij woont in twee kleine kamers in de binnen stad van St. Petersburg niet ver van de beroemde Nevski Prospekt, een straat met dure, naar Europese stijl ingerichte, winkels. Inderdaad. St. Petersburg is een stad met grote tegenstellingen. Armoede en welvaart, luxe en ellende en voor velen, in het bijzonder de oudere mensen, een voortdurende strijd om te overleven. De overblijfselen van het rijke koninklijke verleden zijn vandaag nog steeds een deel van haar cultuur. Het gebouw waarin Anna woont is oud en niet makkelijk te vinden. Na door een poort te zijn gegaan, stonden wij op een binnenplaats en keken wij uit op veel ramen en een paar deuren. De ingang van het gebouw maakte grote indruk op mij, een gebouw dat er ooit eens mooi uitzag, maar nu in een verregaande staat van verval. Toen wij de schemerige hal binnenliepen, raakte ik diep geroerd door de uitgesleten treden van de trap en de vervallen en afbladderende verf op de muren. Ik moest een moment stil staan om tot mij door te laten dringen dat dit echt was. Anna woont op de vijfde verdieping en haar deur had tenminste zeven bellen, hetgeen betekende dat er vele verschillende families in de kamers achter deze deur woonden. Anna, een kleine vrouw, opende voorzichtig de deur. Zij verwachtte ons en ging ons voor naar haar kamer, een kleine, nauwe woonkamer en een even kleine slaapkamer met een hoog plafond en een badkamer en keuken die zij met anderen moest delen. Na een paar minuten, liet zij ons foto‘s zien van haar man en dochter, die overleden waren. Zij stortte haar hart uit, de moeilijkheden van het leven, het verlies van haar geliefden waarover zij met niemand kan praten en de eenzaamheid van haar leven zonder vrienden en bekenden. Zij vertelde verhalen over de pijn van de oorlog. Wij zaten daar en luisterden - waarlijk een volgende woorden van Jezus kwamen in mij naar boven: 'Wat jij deed aan de minste van mij, dat deed jij aan mij'. Medelijden vulde mijn hart, wij konden er slechts voor haar zijn. Ik voelde mij machteloos - alleen een woord van troost, een luisterend oor en een arm om haar schouder. Ik wenste dat wij zo veel meer voor haar hadden kunnen doen. Wij lieten haar achter met een voedselpakket en een klein cadeautje uit Jeruzalem. Wij gingen verder en bezochten een andere oude vrouw, maar in mijn hart was er een speciale plaats voor Anna - Ik bad tot de God van Israël of Hij wilde doorgaan met voor haar te zorgen, zoals Hij in Zijn Woord beloofd heeft. De volgende dagen bezochten wij meer oudere Joodse mensen, die wij voedsel brachten en een klein teken van liefde uit Jeruzalem. Het was een kostbare ervaring om te zien wat een genot het was voor hen, dat iemand uit Jeruzalem op bezoek was gekomen. Sommigen keken meteen in hun adresboek en zochten naar de telefoonnummers van hun familie die in Israël woonden en vroegen of ik hen wilde bellen en hen de groeten wilde doen. Anderen schreven een klein briefje en ik werd hun postbode. Nu ik terug ben in Jeruzalem en terugkijk op mijn reis, moet ik zeggen dat deze in mijn herinnering zal voortleven als een bezielende en verrijkende ervaring. Na mijn terugkomst hervatte ik mijn dagelijks werk en bezocht en zorgde ik weer voor de Russische families hier. De eerste bezoeken waren bijzonder voor mij, ik kon zoveel met hen delen. Uiterlijk leek alles hetzelfde te zijn; toch was alles anders vanwege mijn ervaringen in St. Petersburg. Ik voelde de hartslag van de hemelse vader, dat hij de auteur is van de aliyah. In Jeruzalem, zie ik de vruchten van deze reis, hoe zij daadwerkelijk terugkeerden naar het land van hun voorouders. Velen hebben het moeilijk om zich te vestigen, om zich aan te passen aan hun nieuwe leven en soms zelfs moeite hebben met te begrijpen waarom zij zijn gekomen. Deze mensen troosten in dergelijke omstandigheden is erg wezenlijk deze dagen, maar het is de moeite waard omdat zij de zichtbare vervulling zijn van wat de Hebreeuwse profeten hebben voorzegd. Als Christenen kunnen wij een belangrijke rol spelen in dit wonder door gebed, financiële hulp of praktische betrokkenheid. In de aliyah van de Russische Joden, kunnen wij inderdaad zien en erkennen dat wij een grote en machtige God dienen. Met liefde uit Jeruzalem - Corrie
Meer artikelen over ons Thuiszorg Programma
» Ze vonden hoop bij het Huis van Hoop (juli 2005) » Het huis met de zeven deurbellen - Corrie van Maanen in Rusland (december 2003)
|
| ||||||||||