‘De Heer brult vanuit Sion’
Publicatiedatum - 07/07/2026De terugkeer van de ware profetische stem
Joël was een van de eerste Hebreeuwse profeten die „De Dag des Heren“ aankondigde. Het exacte tijdstip van zijn profetie blijft onduidelijk, aangezien hij zijn boodschap nooit aan de regering van een bepaalde koning heeft gekoppeld. Oude Joodse wijzen zoals Jarchi en Kimchi geloofden dat hij profeteerde tijdens de jaren van droogte die door Elia waren afgekondigd (1 Koningen 17:1), terwijl anderen hem plaatsen tijdens de regering van koningin Athalia.
Het boek Joël richt zich op de komende „Dag des Heren”. De apostel Paulus schreef dat de Dag des Heren zal komen als een „dief in de nacht” (1 Tessalonicenzen 5:2); volkomen onvoorspelbaar, net als dieven die onaangekondigd komen wanneer je het het minst verwacht. Volgens de apostel Petrus zullen de hemelen uiteenvallen en zal de aarde in vlammen opgaan (2 Petrus 3:10). Het is de grote dag van de afrekening voor de mensheid, of zoals Jesaja zei: „… het is de dag van de wraak van de Heer. Het jaar van vergelding voor de zaak van Sion.” (Jesaja 34:8).
De profeet Zefanja beschreef het als volgt: „De grote dag van de Heer is nabij… die dag is een dag van toorn, een dag van benauwdheid en angst, van ondergang en verwoesting…” (Zefanja 1:14-15)
Toen Joël zag dat deze dag over de wereld zou komen, riep hij eerst het hele volk bijeen voor vasten, gebed en bekering, want „wie weet of Hij zich niet zal bekeren en zich zal laten vermurwen en een zegen achterlaten…“ (Joël 2:14). Joël voelde dat er een noodsituatie dreigde en riep het volk op om zich te verzamelen en te wenen „tussen de voorhal en het altaar“. Sommige commentatoren geloven dat hij de Babylonische verovering al eeuwen van tevoren zag aankomen.
Toch reikte zijn visie, net als die van veel bijbelse profeten, ook tot ver in de toekomst. „En daarna zal het geschieden …“ Joël had een tweeledig visioen over de laatste dagen.
Ten eerste zag hij een grote opwekking op komst. „En het zal daarna geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw oude mannen zullen dromen dromen, uw jonge mannen zullen visioenen zien. Ook over Mijn dienstknechten en Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29) Het zou een tijd van grote opwekking en verfrissing worden.
Veel profeten, zoals Jesaja, Ezechiël en Zacharia, voorzagen een soortgelijke opwekking in de eindtijd voor Israël. Toen Petrus eeuwen later in Jeruzalem predikte, zag hij dat er „tijden van verfrissing” op zijn volk wachtten (Handelingen 3:19). Dit alles betekent dat we vóór de grote en ontzagwekkende Dag des Heren een uitstorting van de Heilige Geest kunnen verwachten, met Israël als middelpunt.
Ten tweede kreeg Joël een minder bemoedigend visioen te zien. Hij zag het dal van Josafat, wat ‘de Heer oordeelt’ betekent. Dit is een deel van de Kidronvallei ten oosten van Jeruzalem. Het staat symbool voor Gods oordeel over de volken, zoals ook andere profeten dit hadden voorzien. Hoewel er een kans is voor ‘alle mensen’ om vervuld te worden met de Heilige Geest en de naam van de Heer aan te roepen, bereidt God de volken ook voor op het oordeel, voornamelijk op basis van hoe zij Israël hebben behandeld.

De profeet Joël zag dus zowel opwekking als oordeel, zowel voor Israël als voor de volken. Dit is niet alleen het visioen van Joël, maar ook dat van bijna elke profeet in de Bijbel. Dit valt me op, omdat de meeste hedendaagse profetische stemmen tegenwoordig alleen spreken over opwekking, kerkgroei, gezondheid en welvaart. Joël zag dit ook, maar hij waarschuwde zijn volk en de volken tevens voor de grote en vreselijke Dag des Heren.
Het valt me inderdaad op dat de Kerk er grotendeels niet in is geslaagd de grote wereldwijde omwentelingen van het afgelopen decennium te voorzien: de Covid-pandemie, een grote oorlog in Oekraïne en natuurlijk 7 oktober. Na de gruwelijke terreuraanval op Israël vroegen wij ons bij de ICEJ af waarom niemand dit echt had zien aankomen. In zekere zin vertoont het falen van de Israëlische veiligheidsdiensten een opvallende parallel met de kerk; we werden allemaal totaal verrast.

Amos verklaart: „Voorwaar, de Here God doet niets, tenzij Hij Zijn geheim aan Zijn dienaren, de profeten, openbaart.” (Amos 3:7) Toch horen we regelmatig: „Dit jaar wordt je beste jaar ooit” of „Er breekt een nieuw tijdperk van welvaart aan”. De afgelopen 50 jaar heb ik zo vaak gehoord dat er een opwekking naar Duitsland op komst is, en waarschijnlijk heb je hetzelfde gehoord over jouw land. Slechts enkele stemmen, zoals die van bijbeldocent David Pawson, voorzagen al 25 jaar geleden gebeurtenissen zoals de radicale islamisering van zijn land, het Verenigd Koninkrijk.
Profeten die alleen maar goede tijden voorspellen, zijn geen nieuw fenomeen. Het is al zo oud als het volk van God. Jeremia en Ezechiël hekelden de profeten van hun tijd die alleen maar vrede en welvaart voorzagen en het naderende oordeel van God niet zagen aankomen (Ezechiël 12:24).
Waarom deze eenzijdige stroom van profetieën? Vooral omdat die tegemoetkomt aan de verlangens van ons eigen hart. Wie wil er nu geen groei en welvaart? Tegelijkertijd hebben we moeite met harde woorden van terechtwijzing en oordeel.
De profeet Habakuk stond precies voor dit dilemma. Hij worstelde met de moeilijke tijden waarmee Israël te maken had, en riep tot God: „Hoe lang nog?” Toch gaf God niet het antwoord dat hij had verwacht, namelijk: „Maak je geen zorgen. Er staan geweldige tijden te wachten.” In plaats daarvan zei God tegen hem: „Denk je dat het nu al erg is? Dit is nog maar het begin. Ik zal de Chaldeeën sturen om Israël te oordelen.”
God heeft Zijn woord zelfs op deze manier aangekondigd: „Kijk uit over de volken en let goed op – wees volkomen verbaasd! Want Ik zal in jullie dagen iets tot stand brengen waarvan jullie het niet zouden geloven, ook al zou het jullie verteld worden.” (Habakuk 1:5)
Zouden ook wij het moeilijk hebben gevonden om te geloven als de Heer in 2020 had aangekondigd dat er een wereldwijde pandemie zou uitbreken, dat kerken overal ter wereld zouden worden gesloten en dat grote bedieningen zouden instorten? Zelfs Israëlische veiligheidsfunctionarissen hebben geen acht geslagen op de waarschuwingssignalen die zich in de dagen, en zelfs uren, voorafgaand aan de gruwelijke invasie vanuit Gaza voordeden.
Je zou geneigd kunnen zijn te denken dat het ambt van een profeet in het Nieuwe Testament vooral bestaat uit woorden van genade en bemoediging. Maar als we het Nieuwe Testament, en met name het boek Handelingen, nader bekijken, zien we dat de balans die in de profetische woorden van het Oude Testament te vinden is, ook in het Nieuwe Testament terugkomt.
“En in die dagen kwamen er profeten uit Jeruzalem naar Antiochië. Toen stond een van hen, genaamd Agabus, op en liet door de Geest zien dat er een grote hongersnood zou komen over de hele wereld, wat ook gebeurde in de dagen van keizer Claudius.” (Handelingen 11:27-28) Dit profetische woord over een wereldwijde hongersnood bracht de gemeenten ertoe speciale giften voor te bereiden voor de gelovigen in Israël.
Misschien zou een profeet van het type Agabus vandaag de dag Covid hebben voorspeld. Diezelfde Agabus profeteerde op indrukwekkende wijze dat Paulus in Jeruzalem zou worden geboeid en aan de heidenen zou worden overgeleverd (Handelingen 21:10-11). En hij was niet de enige profeet met zo’n moeilijk woord voor Paulus. In Handelingen 20:23 verklaarde Paulus: „De Heilige Geest getuigt in elke stad dat mij ketenen en beproevingen te wachten staan.” Toch is het opmerkelijk dat Paulus dit aanvaardde als het woord van God voor hem.
Misschien ben je geneigd te denken dat dit voor onze tijd niet relevant is, aangezien de Dag des Heren nog ver weg is. Joël geeft ons echter een exact tijdspunt aan waarop deze profetieën in vervulling zullen gaan:
“Want zie, in die dagen en op dat moment, wanneer Ik het lot van Juda en Jeruzalem zal herstellen, zal Ik alle volken bijeenbrengen en hen naar het dal van Josafat leiden. En daar zal Ik met hen in het gerecht treden, ten behoeve van Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, omdat zij hen onder de volken hebben verstrooid en Mijn land hebben verdeeld…” (Joël 3:1-2).

Dat zal gebeuren in de tijd van het herstel van Israël, wanneer de naties proberen het Land Israël onder elkaar te verdelen. Er is nog nooit een tijd geweest die beter aan deze beschrijving voldoet dan vandaag.
Dit betekent dat als je afkomstig bent uit een land dat Israël voortdurend beschuldigt van genocide, apartheid en andere leugens, terwijl het zwijgt over de werkelijke gruweldaden in Nigeria of Congo, de Kerk dan gealarmeerd zou moeten zijn en niet alleen rooskleurige tijden in het vooruitzicht zou moeten zien, maar ook God vragen om een oprechte profetische waarschuwing voor jouw land.
We moeten beseffen dat het gebrul van de Leeuw van Juda niet alleen een oproep tot opwekking is, maar ook – en misschien wel in de eerste plaats – een oproep tot oordeel en afrekening met God. Dit betekent dat er in onze tijd weer een ware profetische bediening moet komen, die ook de moed heeft om harde waarheden aan de kerk en de volken te verkondigen.
We bidden dat tijdens het Feest van dit jaar Gods brul te horen zal zijn, met woorden van bemoediging en opwekking, maar ook met de nodige woorden van terechtwijzing en berouw. Bid alstublieft met ons mee dat de Heer inderdaad vanuit Sion zal brullen.
Door: dr. Jürgen Bühler, voorzitter van de ICEJ