De joodse identiteit van Jezus
Publicatiedatum - 22/10/2026Het Nieuwe Testament begint met een opmerkelijk specifieke uitspraak over de identiteit van Jezus: „Het geslachtsregister van Jezus de Messias, de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matteüs 1:1).

Vanaf het allereerste vers bestaat er geen twijfel over wie Jezus is. Hij is de Messias, de Zoon van David, afkomstig uit de stam van Juda, en de Zoon van Abraham, de vader van het Joodse volk.
De apostel Paulus maakt hetzelfde punt duidelijk wanneer hij het evangelie introduceert in zijn brief aan de Romeinen. Hij beschrijft Gods Zoon als iemand „die naar het vlees uit het geslacht van David is geboren” (Romeinen 1:3). Voordat Paulus spreekt over het brengen van het evangelie aan de volken, legt hij de identiteit vast van Degene die centraal staat in dat evangelie.
Jezus is de Joodse Messias. Dit is belangrijk omdat Gods keuze voor Israël een soevereine keuze was met een specifiek verlossingsdoel. Deze keuze was niet gebaseerd op bevoordeling of Joodse superioriteit. God heeft opdrachten voor verschillende volken, en Zijn keuze voor Israël illustreert het specifieke karakter van Zijn roeping.
Het Woord is werkelijk mens geworden
Binnen het christendom bestaat de neiging om Jezus te vergeestelijken. Sommigen zouden beweren dat, aangezien elke belofte en elk verbond zijn vervulling vindt in Christus, Israël en het Joodse volk niet langer nodig zijn zodra we Jezus hebben.
Maar hierbij wordt iets fundamenteels over de incarnatie over het hoofd gezien. Jezus werd geen willekeurig mens. Hij werd een specifiek mens. Hij had een familie, een etnische achtergrond, een volk, een cultuur en een taal. Hij werd geboren onder het volk van Israël, leefde als een Jood en werd bij Zijn kruisiging aangeduid als „de Koning der Joden”.
Het christelijk geloof verkondigt dat Jezus volkomen goddelijk en volkomen menselijk is. Johannes waarschuwt ons dat elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees is gekomen, uit God is (1 Johannes 4:2). Daarom is Zijn menselijkheid van belang. En als Zijn menselijkheid van belang is, is ook Zijn joodse identiteit van belang.
Door de joodse identiteit van Jezus weg te nemen, ontstaat er een generieke Messias die naar eigen voorkeur kan worden gevormd. Zodra Jezus losgekoppeld is van Zijn in de Schrift vastgelegde menselijke identiteit, kan Hij gemakkelijk worden gekneed tot welke Jezus dan ook die een bepaalde cultuur of theologie wenst.
Het antwoord is om terug te keren naar de Jezus zoals Hij in de Schrift wordt geopenbaard.
Nog steeds de Leeuw van Juda
Jezus hield bij de opstanding niet op Jood te zijn. In Openbaring 5 krijgt Johannes een visioen van de hemel te zien en hoort hij Jezus beschreven worden als „de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David”. Vervolgens, bijna helemaal aan het einde van het Nieuwe Testament, verklaart Jezus zelf: „Ik ben de wortel en het nageslacht van David“ (Openbaring 22:16). Zijn identiteit blijft bestaan.
Dit heeft ook verstrekkende gevolgen voor de Kerk. Christenen zijn de bruid van Christus, die wacht op de terugkeer van de Bruidegom. Maar stel je eens voor dat je tegen je bruidegom zou zeggen: „Ik hou met heel mijn hart van je, maar nodig alsjeblieft je familie niet uit voor de bruiloft. Ik hou van jou, maar van hen hou ik niet.” Menselijk gezien zien we de tegenstrijdigheid meteen in.
Als we van onze hemelse Bruidegom houden, zouden we ook moeten verlangen dat Zijn aardse familie gered wordt. Liefde voor Jezus en eerbied voor Zijn joodse identiteit zouden moeten leiden tot liefde voor het joodse volk en een verlangen dat zij hun Messias leren kennen.
Identiteit en roeping
Hieruit kunnen alle gelovigen een les leren. Jezus had een specifieke identiteit en een specifieke roeping. Hetzelfde principe geldt ook voor ons. We hebben allemaal een gezin, een verleden, een cultuur en mensen om ons heen. Dit hoeft geen belemmering te zijn voor onze roeping; het kan juist deel uitmaken van de context waarin God ons heeft geplaatst om Hem te dienen.
Jezus werd geboren te midden van het Joodse volk. Hij leefde onder hen, riep hier Zijn discipelen, stierf en stond weer op in dit land. Hij steeg vanaf hier op, en de Schrift belooft dat Hij zal terugkeren.
De Kerk moet Jezus herontdekken in de volheid van Zijn identiteit – Yeshua, de Joodse Messias, de Leeuw van de stam van Juda en de afstammeling van David.
Uittreksel uit de toespraak van Peter Tsukahira tijdens het Loofhuttenfeest van de ICEJ